MENU

Onder de loep: Cyclecars

Om in het begin van de twintigste eeuw van A naar B te komen, had u de keuze uit verschillende soorten automobielen en motorfietsen. Beide vervoersmiddelen hadden hun eigen voor- en nadelen. Zo was een motorfiets een stuk goedkoper dan een auto, maar bood erg weinig bescherming tegen slecht weer. Daarnaast zijn de bestuurders van motoren een stuk kwetsbaarder dan automobilisten. Maar een auto was voor veel mensen dan weer té duur.

Wie dan toch een vervoersmiddel aan wenste te schaffen, kon eigenlijk niet anders dan nog even doorsparen voor een auto. Totdat daar in het begin van de jaren tien een oplossing was: de cyclecar.

In deze blog:

Wat is een cyclecar?

Om het gat tussen auto’s en motoren op te vullen, was daar de cyclecar. Het was een soort automobiel, maar dan veel lichter en een stuk goedkoper. De aandrijving had meer te maken met motorfietsen. Voor de meeste cyclecars werden eencilinder- of V-twin-motoren gebruikt, net als voor een motorfiets. Ook de versnellingsbakken en aandrijving werd geleend van de tweewielers. De carrosserie van deze kleine wagens is echter gebaseerd op een auto, en bood vrijwel altijd plek aan twee passagiers.

Eigenlijk is het dus een soort combinatie van een wat kleiner model auto met de techniek van een motorfiets. Dit zorgt ervoor dat de kosten flink lager zijn dan bij een ‘gewone’ auto, maar men niet de nadelen van de motorfiets ervaart. Veel mensen zagen de cyclecar dan ook als de ideale ‘middenweg’ wanneer zij tussen een auto of motor moesten kiezen. Iets dat de fabrikanten overigens ook aanmoedigden. Onder meer JPL Cyclecar Company speelde in op de bereikbaarheid van de cyclecar, door bij de advertentie van de La Vigne uit 1914 de slogan ‘The car you can afford to own’ te gebruiken. Ook Premier koos voor deze strategie, door hun cyclecar te promoten met de tekst ‘All the comforts of the motor car at the cost of motor-cycling’.

Niet weg te denken uit de wereld van Cyclecars is het merk Amilcar. Amilcar is bekend van o.a. de C-GS en Torpedo.

Verschillende soorten cyclecars

Meestal werden cyclecars vanwege hun technische verwantschap onder de categorie van de motorfietsen geschaard. Dit betekende dat ze onder hetzelfde belastingstelsel vielen, maar óók dat er voor de kleine klassieker hetzelfde rijbewijs vereist was als voor een motorfiets. In 1912 kwam de Fédération Internationale de Motocyclisme met een klasse-indeling op de proppen.

Een cyclecar viel in de lichte klasse wanneer het gewicht tussen de 150 en 300 kilogram lag. De cilinderinhoud mocht maximaal 750 cc bedragen, en de banden mochten niet breder zijn dan 55 millimeter. Onder meer de Sima-Violet valt in deze categorie, maar ook de Lafitte cyclecar behoort tot de lichte klasse. Had u echter een exemplaar uit de zware klasse, dan betekende dit dat het gewicht bóven de 300, maar onder de 350 kilogram lag, de cilinders niet meer dan 1100 cc groot mochten zijn, en de banden een breedte van 60 millimeter mochten hebben. Denk hierbij aan modellen zoals die van Sénéchal, die hun tweezits wagentjes aanbood met een motor ter grootte van 972cc die 6 pk produceerde, en met een motor van 1100cc met 7 pk.

En ook één van de bekendste cyclecars ooit gemaakt, de Amilcar CGS, valt met zijn 1074 metende viercilinder in deze zwaardere categorie. Overigens verdient de legendarische Amilcar CGSS ‘Torpedo’ die in 1927 de Monte Carlo Rally won hier ook zeker een vermelding. De Torpedo maakt gebruik van hetzelfde blok als de CGS en valt dus in de zware klasse. 

Eén criterium gold voor beide categorieën: alle cyclecars moesten een koppeling en een versnellingsbak hebben.

Het hoogtepunt van de cyclecars

Na de indeling in verschillende klassen beleefde de cyclecar zijn hoogtepunt tussen 1910 en de Eerste Wereldoorlog. Men vond het een geschikt alternatief voor een auto, en er ontpopten zich meer dan een dozijn fabrikanten van de bijzondere tweezitter. In 1914 waren er over de hele wereld wel 100 fabrikanten, en werden ze in heel Europa gebouwd. Een absoluut hoogtepunt bereikten de tweezits-wagentjes pas toen er ook races mee werden georganiseerd. Al in 1913 kwam de Automobile Club de France met een wedstrijd, en in 1914 volgde de Britse Auto-Cycle Union met een race op het eiland Man. Uiteindelijk heeft de Britse race nooit plaatsgevonden, omdat de oorlog uitbrak.

Einde van de cyclecar

Het begin van de oorlog betekende helaas het einde van de eenvoudige wagen. In de jaren 20 kwamen er veel goedkope auto’s op de markt, waaronder de Austin Seven en de Citroën 5CV. Dit zorgde voor te veel concurrentie, waardoor de tweezits klassieker al snel weer in populariteit afnam. Veel nieuwe auto’s boden namelijk meer ruimte en gebruiksgemak, terwijl de prijs niet meer zo hoog was als voorheen. Het gat naar een volwaardige auto was dus kleiner dan ooit. Voor veel kopers was dit een reden om dan toch eindelijk de automobiel aan te schaffen, en de fraaie vooroorlogse tweezitter links te laten liggen. Veel fabrikanten van cyclecars, zoals Chater-Lea, bouwden vóór de opkomst van de kleine tweezitter voornamelijk motorfietsen. Nadat de populariteit afname richtten zij zich weer op het bouwen van motoren, wat helaas wel het einde van deze bijzondere klasse klassiekers betekende. Maar merken zoals Vaillant, Santax en Bradwell, die puur en alleen cyclecars bouwden, hielden helaas op te bestaan.

Het erfgoed van de cyclecar

Na het einde van de populariteit van de kleine auto’s begonnen ze steeds zeldzamer te worden. Veel exemplaren belandden op de sloop, of werden ergens weggestopt in een schuur. Vandaag de dag is het echter nog wel mogelijk om een cyclecar te kopen. Op klassiekerwebsites en veilingen worden ze zo nu en dan te koop aangeboden. Een prijsindicatie? Die is lastig te geven, maar reken er op dat er nog altijd mensen zijn die zo’n stukje geschiedenis weten te waarderen.

Tot slot

Dat deze kleine auto’s bijzondere klassiekers zijn, staat buiten kijf. De techniek van een motorfiets geïmplementeerd op een simpele, tweezits auto blijft natuurlijk een fantastisch idee. Een origineel exemplaar aanschaffen is tegenwoordig lastig, maar zéker niet onmogelijk. Heeft u vragen over cyclecars, of bent u naar eentje op zoek? Neem dan gerust contact met ons op.

Neem contact op

Daryl Baars
Daryl Baars

Liefhebberij wordt passie

Ook uw hart klopt – net als het onze – wat sneller van exclusieve auto’s. Het is meer dan een liefhebberij, dit is nou passie. De reden van bestaan van DBS Automotive – Exclusieve automakelaar. Wij helpen u uw auto in het luxe segment kopen, verkopen of vinden.